Schizofrenie

Schizofrenie

Schizofrenie
Schizofrenie is een ernstige psychiatrische ziekte. De ziekte komt voor in alle lagen van de bevolking, zowel bij mannen als bij vrouwen. Ongeveer 1 op de 100 mensen lijdt aan deze ziekte. Meestal openbaart schizofrenie zich pas voor het eerst op volwassen leeftijd (16-26 jaar).

Schizofrenie is een ziekte die gekenmerkt wordt door perioden met een verlies van de werkelijkheid. Deze perioden noemt men psychosen. Mensen die een psychose hebben kunnen aan schizofrenie lijden.

Wat is een psychose en wat is schizofrenie?
Iemand heeft een psychose als zijn/haar contact met de werkelijkheid ernstig verstoord is. Diegene leeft in een eigen werkelijkheid. Iemand ziet bijvoorbeeld beelden of hoort stemmen die er in werkelijkheid niet zijn of iemand is er van overtuigd dat hij/zij achtervolgd wordt. Iemand kan in een psychose raken doordat hij/zij een moeilijke periode in zijn/haar leven doormaakt (overlijden van een dierbare of een depressie), maar ook door drugsgebruik.
Iemand heeft schizofrenie als hij/zij een langdurige psychose of meerdere psychosen heeft doorgemaakt en in de tussenliggende periode niet goed functioneert.

Dus niet iedereen die een psychose doormaakt heeft schizofrenie. Het hebben van psychoses is een kenmerk van schizofrenie, maar ook bij andere psychiatrische ziektes komen psychoses voor.

Positieve symptomen
De verschijnselen die horen bij een psychose noemt men de ‘positieve symptomen van schizofrenie’.

Wanen: denkbeelden die niet op waarheid berusten, maar wel waar lijken te zijn. Bijvoorbeeld achtervolgingswanen. Het idee dat je door mensen achternagezeten wordt, of complottheorieën. Ook denken sommigen dat ze Jezus of een bekende popster zijn.
Hallucinaties: dingen waarnemen die er niet zijn, zoals stemmen die je opdrachten geven.
Verward denken: het denken gaat snel, langzaam of chaotisch.
Negatieve symptomen
Voor of na een psychotische periode functioneert iemand met schizofrenie minder dan een gezond iemand, dit wordt de ‘negatieve symptomen van schizofrenie’ genoemd.
In deze perioden kunnen mensen met schizofrenie last hebben van gevoelens die veel lijken op depressiviteit. Ze hebben weinig energie en voelen zich leeg en somber. Daarbij verwaarlozen ze zichzelf en hun sociale contacten. Ook hebben ze een slechte concentratie.

Oorzaken
De onderstaande factoren kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van schizofrenie. Dit hoeft dus niet het geval te zijn bij iedereen met schizofrenie.
> Erfelijke factoren: Je kunt een genetische aanleg voor schizofrenie hebben. In de ene familie komt het meer voor dan in de andere.
> Sociale factoren: Het doorgaan van een moeilijke periode (overlijden van dierbare, volwassen worden, verhuizing) kan een psychose of schizofrenie veroorzaken. Het heeft met aanleg te maken of dat ook daadwerkelijk gebeurd.
> Drugs: Er wordt al enkele jaren onderzoek gedaan naar het verband tussen drugs en schizofrenie. Alhoewel er nog geen bindende uitspraken over zijn gedaan, lijkt het erop dat het gebruik van drugs toch invloed kan hebben. In ieder geval kan iemand als diegene er aanleg voor heeft psychotisch worden door het gebruik van drugs, zoals cannabis en XTC. Bij mensen die drugs gebruiken verandert de werking van de hersenen waardoor zij verward kunnen gaan denken of dingen denken te zien die er in werkelijkheid niet zijn. Als je aanleg hebt, kan dit een psychose uitlokken.
Of cannabis en XTC ook de veroorzakers van pychoses/schizofrenie zijn, valt wetenschappelijk niet te bewijzen. Daarover lopen de meningen dan ook behoorlijk uiteen.

Angst

Angst

Angsttoornissen

Angst is een veel voorkomend verschijnsel, iedereen is wel eens bang. Dat kunnen hele gewone dingen zijn, zoals je ongemakkelijk voelen in een donkere steeg, je angstig voelen bij het stijgen en landen van een vliegtuig, of bang zijn om een spin op te pakken.
Bang zijn is dus helemaal niet raar. Het is zelfs erg nuttig want het waarschuwt je voor dreigend gevaar.

Sommige mensen worden bang in situaties die voor de meeste mensen helemaal niet angstig zijn. Bijvoorbeeld telefoneren of een spin zien. Mensen met een angststoornis proberen deze situaties zoveel mogelijk te vermijden.
Je kan je voorstellen dat het erg lastig wordt om normaal te functioneren als je niet durft een telefoongeprek te voeren; je hebt het nodig voor je sociale contacten, voor je werk en om afspraken te maken met bijvoorbeeld je verzekeringsmaatschappij of energieleverancier.
Stel je voor je bent zo bang voor spinnen dat je vader iedere dag je slaapkamer op spinnen moet controleren voordat je gaat slapen. Of je durft niet naar buiten omdat je bang bent een spin te zien. Dit beïnvloedt niet alleen jouw dagelijks leven gigantisch, maar ook dat van je omgeving.

We spreken van een angststoornis als iemand een abnormale ongegronde angst heeft en wanneer het vermijden van deze angst iemands leven beheerst: iemand kan niet meer normaal functioneren. Vaak beïnvloedt het ook het leven van de directe omgeving.

Bijna twintig procent van alle Nederlanders heeft in zijn leven ooit last van een angststoornis. Angststoornissen komen bij mannen en vrouwen voor op zowel jonge, volwassen als oudere leeftijd. Angststoornissen komen vaker bij vrouwen voor dan bij mannen. Hoe vaak het bij vrouwen en bij mannen voorkomt, verschilt per angststoornis.

Soorten angststoornissen
De begrippen angst, paniek, fobie en vrees worden in de Nederlandse taal door elkaar gebruikt. Daarnaast spreken we van smetvrees, spinnenfobie, paniekstoornis en sociale fobie. Dit is erg verwarrend, daarom proberen we hieronder zo duidelijk mogelijk uiteen te zetten welke verschillende soorten angststoornissen er bestaan.
Angststoornissen zijn te verdelen in drie groepen:
• fobieën
• angsten zonder direct aanwijsbare aanleiding
• angsten door ingrijpende en ernstige gebeurtenissen

Klik op de blauwe links om doorverwezen te worden naar een website specifiek gebaseerd op de soort angststoornis.

Fobieën
Enkelvoudige fobie (specifieke fobie)
Mensen met een enkelvoudige fobie hebben een extreme angst voor één bepaald dier, ding of situatie. Bijvoorbeeld vliegangst, spinnenfobie en hoogtevrees. De meeste mensen met een enkelvoudige fobie kunnen redelijk normaal leven. Ze kunnen deze situaties gemakkelijk vermijden. Ze gaan met de auto op vakantie in plaats van met het vliegtuig, checken een keer de slaapkamer op spinnen voor het slapen gaan en gaan niet bergbeklimmen. Pas als de fobie je dagelijkse leven gaat beheersen, spreken we van een enkelvoudige fobie.

Ziektevrees (Hypochondrie)
Mensen met ziektevrees zijn bang een ernstige ziekte, zoals kanker, aids of een hersentumor, te krijgen of al te hebben. Ook al kunnen artsen na veelvuldig onderzoek geen ziekte vinden, toch blijft de angst. Ziektevrees lijkt sterk op een enkelvoudige fobie.

Sociale fobie
Mensen die aan een sociale fobie lijden, worden angstig zodra ze onder de mensen zijn. Deze mensen hebben met bijna alles moeite waarbij ze aandacht van andere mensen kunnen krijgen. Telefoneren, spreken in het openbaar, feestjes, uitgaan, reizen met het openbaar vervoer. Bijna elke vorm van sociaal contact, of zelfs mogelijk sociaal contact roept een grote angst op. Hierdoor proberen ze deze situaties zo veel mogelijk te vermijden, waardoor veel mensen met een sociale fobie in een sociaal isolement raken.

Straat- of pleinvrees (Agorafobie)
Iemand met straatvrees is extreem bang voor plaatsen die moeilijk te ontvluchten zijn, zoals een drukke winkelstraat of een bioscoop. Iemand met straatvrees krijgt op deze plaatsen een paniekaanval. Zweten, hartkloppingen, ademnood, trillen, denken dat je flauwvalt, denken dat je stikt, zijn verschijnselen van een paniekaanval. Straatvrees gaat vaak samen met een paniekstoornis.

Angsten zonder direct aanwijsbare aanleiding
Paniekstoornis
Mensen met een paniekstoornis kunnen zomaar zonder verklaarbare reden een paniekaanval krijgen. Zoals hierboven al vermeld staat, zijn zweten, hartkloppingen, ademnood, trillen, denken dat je flauwvalt, denken dat je stikt, verschijnselen van een paniekaanval.
Een paniekstoornis gaat vaak samen met straatvrees.

Dwangstoornis
Een dwangstoornis wordt ook wel een obsessieve compulsieve stoornis genoemd.
Iemand met een dwangstoornis heeft last van obsessies (dwanggedachten) en compulsies (dwanghandelingen). Bij obsessies hebben mensen sterke opdringende gedachten of beelden, die angst oproepen. Als reactie – om deze angst te verminderen – ontstaan compulsies: dwanghandelingen of regels die steeds uitgevoerd moeten worden. Bijvoorbeeld extreem vaak je handen wassen, je huis overdreven vaak opruimen, 10 keer controleren of je je fiets wel op slot hebt gedaan, alle honden tellen die je onderweg tegenkomt.

Gegeneraliseerde angststoornis (Piekerstoornis)
Gegeneraliseerd kan vertaald worden met “algemeen”. Dit betekent dus dat als je een gegeneraliseerde angststoornis hebt, je voor van alles bang kunt zijn. Dit gaat dus niet om één specifiek ding, maar om meerdere zaken. Het uit zich daarom ook vaak in veel piekeren. Je maakt je bijvoorbeeld zorgen om je schoolresultaten, maar tegelijkertijd moet je ook naar de tandarts en ben je bang dat je dan onderweg iemand tegenkomt die je niet wil zien. Je bent constant op je hoede omdat zoveel dingen spanning oproepen en daardoor zul je je snel opgejaagd voelen. Concentratieproblemen en slapeloosheid zijn daarom ook veel voorkomende klachten.

Angsten door ingrijpende en ernstige gebeurtenissen
Possttraumatische stressstoornis (PTSS)
Het woord zegt het eigenlijk al. Dit is een stoornis die kan ontstaan nadat iemand een traumatische ervaring heeft meegemaakt. Trauma’s laten sowieso sporen na en het gebeurt vaak dat mensen even de tijd nodig hebben om er weer bovenop te komen. Maar bij mensen die aan PTSS lijden wordt de angst niet minder. Hetgeen dat je hebt meegemaakt heeft een grote indruk op je gemaakt, bijvoorbeeld een ernstig auto-ongeluk, mishandeling of het plotseling overlijden van een dierbare. Veel oorlogsveteranen lijden bijvoorbeeld ook aan een posttraumatische stressstoornis. Veel voorkomend bij PTSS is de zogenaamde herbeleving. Je komt dan in een situatie die je aan je trauma doet denken, waardoor je de nare gebeurtenis opnieuw beleeft. De aanleiding hiervoor kan van alles zijn: knallende ballonnen, een hond die s’ nachts begint te blaffen, zelfs de manier waarop iemand kijkt of wat iemand zegt.

Angst niet altijd angststoornis
Als iemand bang of angstig is dan hoeft het niet te betekenen dat iemand een angststoornis heeft. Angsten kunnen ook veroorzaakt worden door:
– een lichamelijke ziekte
Bijvoorbeeld een niet goed werkende schildklier of een sterke daling in de bloedsuikerspiegel.
– het gebruik van genotsmiddelen en medicijnen
Cocaïne en amfetaminen, maar ook cafeïne kunnen angst opwekken. Verder kan je ook angstig worden als je na een periode stopt met het gebruiken van alcohol of kalmerende middelen.
– andere psychische problemen
Mensen met psychische problemen hebben vaak last van angstklachten, zoals bijvoorbeeld bij depressies en eetstoornissen. Ook een psychose kan veel angst tot gevolg hebben, zowel tijdens de psychose als daarna.

In de bovenstaande gevallen spreken we niet van een angsstoornis, hoewel de klachten er wel veel op lijken.

Oorzaken
Hoe een angstoornis ontstaat is niet gemakkelijk te zeggen. Vaak gaat het om een combinatie van factoren.

> Biologische factoren: Uit onderzoek blijkt dat een tekort aan serotonine van invloed kan zijn bij het ontstaan van angst- en paniekstoornissen. Serotenine is een stof in de hersenen die voor de overdracht van zenuwprikkels zorgt. Deze biologische oorzaak kan erfelijk zijn. In sommige families komen angststoornissen meer voor dan in andere.

> Sociale factoren: Angststoornissen ontstaan vaak na ingrijpende gebeurtenissen, zoals het overlijden van een dierbare, een ernstig auto-ongeluk of een verhuizing.
Ook kan je opvoeding meewerken aan het ontstaan van een angststoornis. Je ouders kunnen je bij je opvoeding onbewust hun eigen angsten meegeven.

> Persoonlijke factoren: Je persoonlijke eigenschappen hebben ook invloed op het ontstaan van een angststoornis. Bijvoorbeeld als je slecht voor jezelf kunt opkomen, niet goed met je gevoelens kunt omgaan of moeilijke situaties mijdt

Depressie

Depressie

Depressie

Depressies komen vaker voor dan je denkt. Eén op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgt in haar of zijn leven met een depressie te maken. Ook heeft 3 tot 8 procent van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar er last van.
Vrouwen en meisjes hebben 2 maal zo vaak last van een depressie als jongens en mannen.

Depressies komen voor in alle soorten en maten. Geen depressie is gelijk aan de andere. Omdat geen individu gelijk is aan de ander, en omdat bij ieder mens de oorzaak van zijn depressie ergens anders ligt. Er zijn lichte, matige, ernstige en diepe depressies. En depressies kunnen kort duren (een paar weken), lang (maanden) duren of chronisch zijn (minstens twee jaar).
Veel mensen maken slechts 1 keer in hun leven een depressieve periode door, maar bij 40 tot 50 procent komt de depressie steeds weer terug. Anderen – ongeveer 15 procent – hebben een chronische depressie, deze depressie gaat maar niet over.

Dipje of depressie?
Iedereen is weleens somber, je baalt van alles en je hebt nergens zin in. Dat is niet zo vreemd aangezien je genoeg voor je kiezen kunt krijgen waar je niet blij van wordt. Je verhuist en moet weer nieuwe vrienden maken, je verliest een dierbare, je bent blut, je wordt afgewezen of je hebt net een relatie achter de rug. Er zullen maar weinig mensen zijn die nooit een dip gehad hebben en daar is ook niks mis mee.

Maar wat is nu het verschil tussen een dipje en een depressie? Eenvoudig gezegd is een depressie een somber gevoel dat weken- tot maandenlang aanhoudt, je hebt nergens zin in en nergens belangstelling voor. Hieronder staan de symptomen van een depressie op een rijtje. Niet alle symptomen gaan voor iedereen op, maar meestal hangen de verschillende symptomen nauw met elkaar samen.

Symptomen

  • somber en lusteloos
  • gebrek aan interesse en plezier
  • moeite met inslapen of juist niet uit bed kunnen komen
  • vermoeidheid, futloosheid, geen zin meer om iets te doen of ondernemen, of het gevoel hebben er niet genoeg energie voor te hebben
  • schuldgevoelens, het gevoel hebben niets waard te zijn
  • angstgevoelens
  • geen gevoelsleven: je voelt dan eigenlijk niks meer, niet blij, niet bang, niet verdrietig, niet boos.
  • sterke neiging tot piekeren
  • concentratieproblemen
  • geen zin meer hebben om te eten, of juist de hele tijd willen eten
  • lichamelijke klachten zoals: hoofd- en rugpijn, duizeligheid, verstopping en onverklaarbare pijn
  • veel denken aan de dood
  • psychotische verschijnselen.

Soorten depressies

Dysthyme stoornis (chronische depressie)
Een dysthyme stoornis is een vorm van depressie, waarbij ten minste twee jaar de klachten aanhouden. Alleen zijn de klachten minder dan bij een ‘normale depressie’. Maar dit betekent niet dat het lijden niet zwaar kan zijn, want iemand met deze stoornis voelt zich contstant slecht. In tegenstelling tot een normale depressie zijn er geen betere periodes.

Manisch-depressieve stoornis
Mensen met een manisch-depressieve stoornis hebben last van extreme stemmingswisselingen. Ze zijn of extreem vrolijk, dan denken ze dat ze alles aankunnen en doen dingen die ze normaal nooit doen, of ze zijn extreem down.

Postpartum depressie (Postnatale depressie)
Wanneer een vrouw vlak na de geboorte van haar kind lijdt aan een ernstige depressie wordt dit een postpartum of postnatale depressie genoemd. Een postpartum depressie begint meestal binnen een paar weken na de geboorte en kan wel een jaar of langer duren.

Seizoensgebonden depressie
Sommige mensen zijn in de winter extreem moe, lusteloos, prikkelbaar. Ook kunnen zij minder geconcentreerd zijn en hebben zij minder behoefte aan sociale contacten. Dit noemt men ook wel een ‘winterblues’. Genoeg slaap en gezond eten helpen vaak voldoende, maar wanneer dit niet helpt dan spreken we van een winterdepressie. Vaak wordt dit in verband gebracht met het gebrek aan zonlicht, maar andere mensen zijn juist weer in voorjaar erg depressief.

Oorzaken
De onderstaande factoren kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van een depressie. Dit hoeft dus niet het geval te zijn bij iedereen met een depressie. Vaak gaat het om een combinatie van factoren.
> Biologische factoren: Een belangrijke factor is erfelijkheid. In sommige families komen depressies vaker voor dan in andere. Ook kunnen hormonen, medicijnen en alcohol en drugs een depressie veroorzaken. Dat geld ook voor sommige lichamelijke ziektes, zoals diabetes en hart- en vaatziekten.
> Sociale factoren: Bepaalde ingrijpende gebeurtenisse in je leven kunnen een rol spelen: het overlijden van een dierbare, een verhuizing, (seksueel) geweld.
> Persoonlijke factoren: Of je depressief wordt hangt af van hoe je met deze ingrijpende gebeurtenissen omgaat. Niet iedereen kan evengoed met problemen omgaan of met hun verdriet omgaan.

Relevant: Bewegen helpt tegen depressie