“Ik leefde op een appel per dag”
Godelieve (44 jaar) werkt aan de Helpdesk van Stichting Pandora. Ze heeft jarenlang geworsteld met een eetprobleem. De eerste jaren hongerde ze zichzelf uit en leed ze aan Anorexia Nervosa. Later verschoof haar eetstoornis naar Boulimia Nervosa en kreeg ze last van eetbuien. Inmiddels gaat het goed met Godelieve. Ze geeft nu vanuit haar eigen ervaringen informatie en advies aan andere mensen met psychische problemen. Door: Lise Broekaar, beleidsmedewerker Stichting Pandora Waar bestaat je werk uit bij Stichting Pandora? “Ik werk aan de Helpdesk van Stichting Pandora en daarnaast beantwoord ik ook e-mails aan de digitale informatie en adviesdienst van de jongerensite www.zogeknogniet.nl. Door mijn eigen ervaringen met psychische problemen kan ik me goed inleven in de situatie van andere mensen die depressief zijn of die te maken hebben met een eetprobleem. Ik geef onder meer informatie en advies per e-mail over hoe mensen met hun psychische problemen kunnen omgaan en waar ze terechtkunnen met hun psychische problemen.” Hoe kwam het, dat je anorexia kreeg?“Anorexia is bij mij op mijn 16e begonnen. Mijn vader overleed aan een hartaanval, waar ik ook nog bij was. Een ingrijpende gebeurtenis. Het hele gezin met vier kinderen viel daarna uit elkaar; de basis was weg en mijn moeder had genoeg aan zichzelf. Ik ben toen begonnen met streng te lijnen. Ik vond mezelf altijd al mollig, dus ik was altijd al wel met eten bezig, maar nog wel op een redelijk normale manier. Ik vond alles aan mezelf lelijk, was heel onzeker. Ik deed wel altijd mijn best om er leuk uit te zien. Het extreme lijnen is begonnen tijdens een uitstapje van school naar Parijs, en ik onder de vleugels van mijn moeder vandaan was. Op een gegeven moment ben ik helemaal gestopt met eten en menstrueerde ik ook niet meer. Ik kon stoppen met eten en anderen niet; ik voelde me superieur. De eerste drie jaar heb ik echt gevast. Ik leefde op een appel per dag.” Toen je al zoveel afgevallen was, vond je jezelf toen ook nog te dik?“Als kleuter riep ik al dat ik te dik was. Ik heb ook een aantal tantes die heel dun zijn. Ik vergeleek me ook altijd met andere vriendinnen. Ik had sproeten, mijn kont vond ik te dik en de taille bij vriendinnen was in mijn ogen veel slanker. Ik had altijd het idee dat ik anders was, ik wilde net zo zijn als iedereen. Toen ik vijfenveertig kilo woog vond ik mezelf heel mooi. Maar bij vijfenveertig denk je ‘als ik nou vierenveertig kilo weeg, heb ik één kilo extra speling. En zo ga je naar drieënveertig en tweeënveertig etc.. Je bent je grens steeds meer aan het verleggen. Ik at heel weinig en bewoog heel veel. Ik fietste naar school en probeerde altijd calorieën kwijt te raken. Je stofwisseling gaat blijkbaar op een heel laag pitje staan, op een gegeven moment voel je ook geen honger meer.” “Ik was altijd blij als er weer een dag voorbij was.” Hoe voelde je je in de periode dat je eetproblemen zo heftig waren?“In het begin ben ik wel vanwege mijn uiterlijk begonnen met het (extreme) lijnen, maar na een grens van achtendertig kilo stompt je gevoel af. Ik was toen ook helemaal niet meer bezig met hoe mijn lijf er uit zag, ik liep rustig in een bikini rond. Mijn lijf zelf bestond niet meer. Alle gevoelens waren weggevaagd, je hebt geen contact meer met je lichaam. Ik herinner me dat een hele periode vrijwel geheel is weggevaagd. Tijdens deze depressieve periode van twintig jaar heb ik nauwelijks gehuild of gelachen. Ik had wel last van heftige angsten. Ik voelde me goed als ik alles onder controle had. De laatste tien jaar heb ik pas echt intens geleefd, daarvoor waren mijn emoties vrijwel geheel afgevlakt. Ik weet nog uit die tijd dat ik nooit op wilde staan, dat ik ’s ochtends langs het bejaardentehuis fietste en dacht: ‘ik wou dat ik zover was als die bejaarden, dat ik niets meet hoefde.’ Ik was altijd blij als er weer een dag voorbij was.” Heb je toen ook hulp gekregen voor je psychische klachten?“Mijn eetprobleem is begonnen in 1978. De bekendheid rond anorexia was toen nog vrij gering. Ik weet nog wel dat de buurvrouw met een artikel over anorexia uit de Libelle naar mijn moeder stapte, of ik daar geen last van had. Dat was een van de eerste artikelen die hierover in dit soort bladen verscheen. Mijn moeder heeft me toen meegenomen naar de huisarts. Hij heeft me een dieet voorgeschreven, maar dat werkte niet. Vervolgens ben ik op mijn zeventiende bij een maatschappelijk werkster terecht gekomen. Later heeft ze tegen me gezegd dat ze ook niet wist wat ze met me aan moest. Maar ik kon veel bij haar kwijt, ze heeft nooit geprobeerd om me aan het eten te krijgen, dat was ook niet zo makkelijk gelukt denk ik omdat ik daar niet voor open stond. Maar ik kon goed met haar praten over mijn emoties, over hoe ik me toen voelde. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik toen niet kopje onder ging.” Hoe werd er op school op je eetprobleem gereageerd?Op school functioneerde ik redelijk goed. Met hangen en wurgen heb ik in die tijd de HAVO nog afgemaakt. Ik had wel een vrijstelling voor gym, maar op school is er verder nooit iemand over mijn eetprobleem begonnen. Vlak voor de eerste opname zijn er wel vriendinnen afgehaakt.” En toen werd je voor je psychische klachten opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, Waaruit bestond die opname precies? “Mijn eerste opname was toen ik achttien was. Het was een voltijd dagopname; een groepsbehandeling. Ik kreeg veel lichamelijk oefeningen, psychotherapie en psychodrama. Alles van vroeger werd besproken. Dat gebeurde vooral in de groep. Ook kreeg ik hier voor het eerst anti-depressiva.” Wat vond je zelf van die eerste opname? “In tegenstelling tot het ‘gewone’ dagelijks leven voelde ik me bij de dagopname als een vis in het water. Mijn problemen werden serieus genomen en ik zat tussen mensen die zelf ook psychische problemen hadden en in een vergelijkbare situatie zaten. Daardoor voelde ik me veel zekerder, ik knoopte tijdens opnames ook altijd relaties aan. Het punt is alleen dat de reden van mijn opname te maken had met mijn depressieve klachten. Het anorexia - probleem werd hier niet echt aangepakt. De psychische klachten werden als rouw omschreven en anorexia werd ‘slechts’ als een uitingsvorm hiervan gezien. Bovendien was er teveel vrijheid en het ontbrak aan nazorg. Tijdens de opname ging het beter met de depressie, ik vond het ook heel erg toen ik weg moest. Maar met mijn eetprobleem is het na de opname juist alleen maar bergafwaarts gegaan. Ik voelde me daar veilig en geborgen en toen ik na tien maanden weg moest ging het helemaal fout. Mijn eetprobleem heeft toen juist nog extremere vormen aangenomen. Ik leerde hier mijn ex-man kennen en ben gaan samenwonen. Het werd toen boulimia nervosa.” Hoe ging het daarna met je eetprobleem?“Na mijn eerste opname heb ik tien jaar echt boulimia gehad en in fases heel obsessief. Mijn gewicht is destijds ook wel eens dertig kilo geweest, ik was alleen nog maar met eten bezig. Ik volgde nog wel gewoon mijn opleiding (eerst voor dokterassistente in 1981 en daarna mijn opleiding aan de sociale academie in 1984) en woonde samen, dus er kwamen wel mensen over de vloer. Maar verder leefde ik heel geïsoleerd. Mijn hele leven bestond uit eten. Later ben ik ook heel dwangmatig met andere dingen bezig geweest. Als ik iets voelde, had ik zelf altijd al wel tien verschillende diagnosen gesteld voor mijn (lichamelijke) klachten. In die periode ben ik ook veel vrienden kwijt geraakt.” "Anorexia is veel meer iets van jezelf, dat deel je niet met anderen." Wat is de reden geweest dat vrienden op een gegeven moment afhaakten?“De oorzaak dat enkele vrienden op een gegeven moment zijn afgehaakt heeft overigens niet zozeer te maken gehad met mijn eetproblemen, maar meer met mijn angsten. Je bent dan een belemmering voor mensen in je omgeving omdat je ze dan claimt. Met name door mijn hypochondrische klachten had ik continu bevestiging of geruststelling nodig van mensen. Ik belde sommige vrienden vaak dagelijks en soms wel twintig keer per dag op om geruststelling te horen. Anorexia is veel meer iets van jezelf, dat deel je niet met anderen en het was niet een item waar men over begon. Je krijgt dan antwoorden als ‘eet toch gewoon’. En daar sluit je je voor af.” Kon je met anderen praten over je eetproblemen?“Het was een gegeven dat ik boulimia had, er werd niet over gesproken. Het was in die tijd ook nog een heel onbekend iets. Bovendien schaamde ik me er voor. Ik deed alles stiekem. Mijn man wist het wel en het gaf ook de nodige conflicten. Hij wilde me ermee helpen, maar onze relatie was niet zo best en ik stond er zelf ook niet voor open. Ik heb altijd een enorm schuldgevoel gehad over mijn eetprobleem. Er is me door mensen in mijn omgeving die het niet begrepen vaak ingepeperd hoe stom ik was. “Ik was lastig en moest een trap onder mijn kont hebben, ik moest eens normaal gaan doen. Dat zorgt ervoor dat je minder open bent over je probleem.” Kreeg je door de ondervoeding ook last van lichamelijke klachten?“Ik slikte altijd hele goede vitaminesupplementen die ik van mijn huisarts kreeg en goddank heb ik altijd een sterke weerstand gehad, dus echt veel lichamelijke klachten heb ik niet gehad. Ondanks mijn angsten daarvoor heb ik er ook geen slechte tanden aan over gehouden. Ik had het wel altijd koud. Toen ik op mijn vijfentwintigste oedeem kreeg (extreme vochtophopingen als gevolg van ondervoeding, zoals in de derde wereld) ben ik wel erg geschrokken. Ik was ineens tien kilo zwaarder door het vocht en was enorm ondervoed. Ik ben daarna ook weer een tijd gewoon gaan eten. Op eigen initiatief ben ik bij een zelfhulpgroep voor mensen met eetstoornissen terechtgekomen. Een psychologe die zelf ook ervaring had met eetstoornissen heeft me er daar uitgepikt voor een behandeling van mijn eetstoornis.” Als je terug kijkt, welke behandeling heeft dan geholpen bij je eetprobleem?“Ik ben een tijd lang bij deze psychologe onder behandeling geweest. Zij heeft me leren eten. Ze ging samen met me voor de spiegel staan en vroeg ‘vind je mij dik?’ Voor mij was zij een rolmodel. Ik vond haar heel leuk om te zien, ze was iemand met wie ik me kon identificeren, terwijl ze toch een stuk zwaarder was dan ik destijds. Eigenlijk is zij de enige geweest die me aan het eten heeft gekregen. Er was een klik. We hadden een streefgewicht van 45 kilo afgesproken en dat hebben we ook bereikt. Ik heb zeker drie, vier jaar alleen nog ’s avonds overgegeven. Door afspraken te maken en haar begrip lukte het me om langzaam aan te komen.” Vanaf welk moment is het weer de goede kant op gegaan?“Op 3 december 1995 zag ik het allemaal niet meer zitten, ik ben weggelopen en bij mijn moeder gaan wonen. Vervolgens heb ik naar een klinische opnameplek gezocht. Uiteindelijk ben ik een jaar van de kinderen weggeweest. Dit was voor het eerst dat ik echt met mezelf bezig was en daar ook de kans voor kreeg, de omgeving was heel beschermd. Gek genoeg speelde mijn gewicht tijdens deze opname helemaal geen rol. Ik was zo gestresst na de geboorte van mijn kinderen dat ik geen gram aan kwam. Tijdens deze opname, gestoeld op de gedragstherapie, lette men wel op mijn gewicht terwijl dat nu geen probleem meer voor me was. Ik werd elke week gewogen. Tijdens deze pittige opname heb ik mezelf terug gevonden. Dat klinkt misschien vreemd, maar voor het eerst won mijn zelfvertrouwen het van mijn negatieve zelfbeeld. Een mijlpaal waar ik zesendertig jaar voor moest worden.” Hoe ga je nu om met de eetproblemen die je jaren hebt gehad?“Inmiddels gaat het al acht jaar heel goed, ik voel me nu veel zekerder. Geestelijk heb ik nog wel een grens. Nog steeds heb ik het idee: ‘ik moet onder de vijftig kilo blijven. Bij negenenveertig kilo voel ik me goed. Ik eet nu alles, maar met mate. Mijn leven staat niet meer in het teken van eten. Ik doe niet meer aan vasten of extreem bewegen, maar ik laat me nooit helemaal gaan met eten en drinken, ik kan me goed dingen ontzeggen. Ik zal niet zomaar een ijsje nemen, of friet en ik weet er ook nog alles van. Het gaat nooit helemaal over.” Je hebt ook twee tienerdochters, hoe gaan zij om met de psychische problemen die je hebt gehad?“Ik heb twee dochters. Een dochter van 13 en een dochter van 12. De kinderen hebben altijd veel van mijn achtergrond willen weten. Het zijn niet in alle opzichten ‘normale’ en onbezorgde pubers. Door wat ze hebben meegemaakt met mijn problemen en de scheiding met mijn ex-man, zijn ze erg op mij gericht en heel aanhankelijk. Ze hebben een extreme verlatingsangst. Maar voor een deel zal het ook wel erfelijk zijn. Na de scheiding was er op een gegeven moment wel rust. Bovendien zijn ze omringd door mijn familie die heel veel om ze geeft. De kinderen zijn wel nieuwsgierig naar mijn eetproblemen. Maar de hevige periodes in mijn verleden van anorexia en boulimia hebben ze gelukkig niet meegemaakt. Ze hebben mij ook altijd gewoon zien eten. Ze weten alleen dat ik vaak op de weegschaal sta en horen me klagen dat ik mezelf te dik vind. Daar baal ik van, ik vind eigenlijk dat ik gewoon mijn mond moet leren dichthouden. Dus maak ik er ook vaak grapjes over.” Hoe gaan je dochters om met eten en (extreem) lijnen?“Mijn oudste dochter zit nu in de 1e klas van de middelbare school. Zij is niet zo gevoelig voor lijnen en alles wat met haar lichaam te maken heeft. Ik had vroeger op die leeftijd heel sterk het besef, ‘zo wil ik zijn; een soort ideaalbeeld van een balletmeisje’. Dat heeft de oudste niet zo. De jongste dochter is denk ik iets onzekerder en meer met haar lichaam bezig. Terwijl zij juist heel tenger is. Ik ben wel redelijk streng voor ze als het gaat om eten. Vanaf dat ze heel jong waren heb ik er altijd op gelet dat ze gezond eten, met minimaal twee stuks fruit per dag. Dus gelukkig hebben ze eigenlijk vanzelf een redelijk gezonde levensstijl aangeleerd.” Wat is je advies voor jongeren met een eetstoornis?“Mijn advies aan jongeren met een eetstoornis is om er in de eerste plaats veel over te lezen en daarnaast vooral ook om hulp te zoeken. Ga op zoek naar iemand met wie je kunt praten over je psychische problemen, bijvoorbeeld met een vertrouwenspersoon op school. Openheid over je problemen en een gevoel van veiligheid, het gevoel dat er mensen zijn die om je geven en bij wie je altijd terecht kunt, is in mijn ogen heel belangrijk. Misschien waren de problemen bij mij destijds ook wel minder groot geweest als ik dat gevoel van onvoorwaardelijkheid had gehad bij mijn ouders, al verwijt ik ze dat niet meer. Zij zijn ook het product van hun opvoeding. Vroeger dacht men dat het goed was om er vooral geen aandacht aan te schenken, de opvatting ‘doe maar gewoon normaal’. Ik heb het idee dat veel jongeren met een (ernstig) eetprobleem vaak juist hunkeren naar aandacht. Dat er bij hen vaak een gebrek is aan aandacht. Ik vind het ook onbegrijpelijk dat een ouder het niet ziet als zijn kind steeds dunner en dunner wordt.” “Je eet niet alleen omdat iets lekker is, maar ook om je lijf gezond te houden.” Hoe zou er op school met dit soort problematiek omgegaan moeten worden?“Een discussie in de klas over dit soort problematiek is in mijn ogen goed. Bijvoorbeeld over het belang van gezond eten. In de klas zou aandacht besteed kunnen worden aan aspecten als ‘wat eten jullie zoal op een dag, hou dat eens bij’. Het gaat om bewustwording van het eetgedrag. Je eet niet alleen omdat iets lekker is, maar ook je lijf gezond te houden. Wat ook goed zou werken is een gastles op school door een ervaringsdeskundige (iemand die zelf een eetprobleem heeft of heeft gehad). Het is belangrijk dat we elkaar met eetproblematiek niet opjutten. MediahypeIk vind de hele mediahype rond anorexia bijvoorbeeld erg vervelend. Het geeft ook een vertekend beeld. Een eetstoornis zoals anorexia is niet een manier om mooi slank te worden. Je moet het eigenlijk zien als het langzaam plegen van zelfmoord, je zorgt niet voor jezelf. Dat wens je je ergste vijand niet toe. Toch denk ik niet dat iedereen zo maar een eetstoornis zoals anorexia of boulimia krijgt. Mensen met anorexia zijn vaak in veel dingen heel dwangmatig. Het zijn vaak meisjes (of jongens) met een laag zelfbeeld. Het zogenaamde ‘streven’ naar anorexia nu van sommigen is meer een vorm om erbij te horen. Ik ben ervan overtuigd dat als je echt anorexia krijgt er meer aan de hand is. De meeste jongeren die beginnen met (extreem) lijnen, zijn hoop ik verstandig genoeg en gaan op den duur vaak weer normaal eten.”
|